The antiquarian bookseller.

Schrijver van verhalen en gedichten.
Anton Gerits
Eerder verschenen
Critici over de poëzie van Anton Gerits
Nieuw
Critici over de poŽzie van Anton Gerits

T. van Deel over Landschapsbeheer:
Dit is echte poŽzie, echt ook in de zin dat het hier gaat om de grote dingen van het leven, waar we vandaan komen, waar we zijn en waar we heengaan, poŽzie ook die dit raadsel durft te vergroten en die op een onmodieuze manier beschouwelijk durft te zijn.

D. Prinsen over Landschapsbeheer:
Zelden is de breuk tussen mens en natuur treffender en beknopter geformuleerd.

Jan Nies over Asielbeleid:
Hoe moeizaam de hermetische bolster van de poŽzie van Anton Gerits ook geopend kan worden, het loont meer dan de moeite door te dringen in de poŽtische pracht van een geabstraheerd landschap, een omwereld door de dichter dermate fijnzinnig gezeefd dat alleen wezenlijke, fundamentele zaken het licht zien en details vervagen. In zijn genre en met zijn benadering een uniek dichter.

Hervť Casier over Litanie van de Wind:
Van dit werk gaat een beklemming uit die dwingt tot verdere verkenning. Met grote taalbeheersing en vakmanschap heeft Gerits een knappe bundel afgeleverd voor lezers die de tijd nemen om verder te kijken dan de oppervlakkige taalspeeltuin.

T. van Deel over Gedichten aan Atropos:
Wie zich tot Atropos richt, richt zich in feite tot de instantie die verantwoordelijk is voor de dood. Het hoeft niet te verbazen dat de omvangrijke reeks zeer compacte en melodisch geraffineerde gedichten behalve aan de dood ook diepgaand aandacht schenkt aan het leven en hoe dat beleefd wordt.

T. van Deel over Sneeuwuil:
Geheel in aansluiting op zijn vorige bundel Gedichten aan Atropos, werkt Anton Gerits in Sneeuwuil de alomtegenwoordigheid van de dood in het leven verder uit. Precisie in de waarneming gaat gepaard met precisie in het denken erover. Deze prachtige bundel eindigt, in de lijn der verwachting, met enkele In Memoriam-gedichten.

Van voorbijgaande aard. Vier reeksen in octaven geschreven. Nijmegen, WLP, 2008. 81 pag. Ä 15,=
Gerits is een vaardige, meeslepende dichter die zijn existentiŽle preoccupaties in een mooie, algemeen geldige vorm weet te gieten, die veel mensen kan aanspreken.
"Zijn poŽzie is welgevormd, muzikaal en kernachtig... De titel zegt voldoende over zowel de aard van het menselijk bestaan als over het voorbijgaande karakter van de aarde zelf, in het blikveld van de sterveling". Gerits is een vaardige, meeslepende dichter die zijn existentiŽle preoccupaties in een mooie, algemeen geldige vorm weet te gieten, die veel mensen kan aanspreken. (T. van Deel voor Biblion).

Bij wat er is. Nijmegen, WLP, 2010. 36 pag. Ä 14,=
Anton Gerits (1930), de dichter, schrijft Bij wat er is en dat is in zijn geval vooral de hem omringende natuur in combinatie met zijn eigen, menselijke natuur. Hij beziet de uiterlijke wereld als een afspiegeling van of een spiegel voor zijn eigen innerlijke wereld. Verstechnisch is hij zeer bedreven: hij weet de versregels soepel aaneen te rijgen, met enjambementen, voegwoorden, waardoor zijn strofen muzikaal verlopende gehelen worden. ' Gerits heeft als dichter al een lange staat van dienst, hij debuteerde in 1957 bij Stols, en hij heeft zijn eigen toon nooit voor een misschien meer opzienbarende willen verruilen. Een integere stem, verstaanbaar en het lezen meer dan waard. 'Als de namiddagstilte weegt / op wat ons rest aan beemd en dreef / [.] / is leven een aanwezig zijn / waarin wij zelf verloren gaan.' (T. van Deel voor Biblion)